Begin pagina Storm en regen, donder en bliksem
Naar de inhoud

Storm en regen, donder en bliksem

Misschien is het wat zonderling, maar de elementen in de titel van deze column zie ik liever komen dan gaan. Voor zonnig weer geldt juist het tegenovergestelde. Ik ben één van die mensen die blij is dat de regen op dit moment met bakken uit te hemel komt en er regelmatig een knetterende donderslag klinkt.

Het is niet zo dat ik het vervelend vind om de warmte van de zon te voelen, maar de sfeer die koud of nat weer met zich meebrengt, spreekt mij veel meer aan. Als het regent of de temperatuur laag is, zijn de meeste mensen binnen en heerst er een rust die alleen doorbroken wordt door de geluiden van de natuur en de elementen. Buiten voel ik me dan veel meer op mijn gemak, omdat ik het idee heb dan veel minder bekeken te worden en ik niet steeds op mijn hoede hoef te zijn. Zodra de zon gaat schijnen, haast iedereen zich naar buiten en barst het lawaai los. Ik blijf me er over verbazen dat kinderen die buiten spelen zo hard moeten schreeuwen en gillen en dat mensen die buiten zijn überhaupt zoveel geluid en drukte moeten veroorzaken.

Ik kan echt genieten van de dagelijkse wandelingen langs het water. Co loopt dan aan de lange riem en kan doen wat hij wil. Ik vind mijn weg met behulp van mijn stok en hoef, als het weer niet te mooi is, niet bang te zijn voor obstakels, zonnende mensen in het gras, wielrenners of hangjongeren. Ik luister dan naar het klotsende water, de wind die door de bomen ruist en de volgens en eenden. Ik voel me onbekeken, want de trouwe wandelaars en mensen met honden die ik tegenkom, kennen me.

Wordt het zulk mooi weer dat mensen het water gaan opzoeken, dan is het uitlaten van Co niet meer zo’n pretje. Door het lawaai van de boten kan ik de voorbij stuivende wielrenners niet goed meer horen en menigeen zet zijn fiets, scooter of vissersmateriaal half op het pad. Bij iedere stap kan ik dus een botsing verwachten. Ik vind het ook beangstigend dat iedereen mij met mijn witte stok kan zien, terwijl ik niet terug kan kijken. Het ervaren van zoveel mensen om mij heen, voel ik dan als bedreigend, omdat ze voor mij niet meer zijn dan geluiden van voetstappen, bootjes of fietsen heel dichtbij, of soms zelfs gelach om mijn stok. Pas als iemand me in het voorbijgaan groet, verandert die persoon voor mij van iets vijandigs in een mens. Wanneer ik samen met mijn moeder loop en zij vertelt wat er om mij heen gebeurt, beleef ik de wandelingen ook heel anders. Door wat zij vertelt, krijgen de geluiden een gezicht en zijn ze niet langer bedreigend.

Toch voel ik me het meest op mijn gemak als het mooie zomerweer wordt doorbroken door een fikse regenbui. Ik ga dan met Co naar buiten, ruik de geur van de regen en waan me weer veilig en onbespied. De fietsers en bootjes zijn verdwenen en de bankjes zijn weer leeg. Barst er dan ook nog een onweersbui los, dan ben ik helemaal gelukkig. Het geluid van de donder fascineert me. Ik kan er uren naar luisteren.

In de Bijbel wordt de stem van God soms vergeleken met het geluid van de donder. In het Onze Vader bidden we dat van God de kracht is. Die kracht is voor mij heel nauw verbonden met de kracht van de dreunende donderslagen. Als het onweert, weet ik dat de kracht van God er altijd zal zijn. Tot in eeuwigheid.

Mail voor vragen of opmerkingen naar: emailcontact

Volg me op Facebook:

Facebook

Volg me op Twitter:

Naar boven