Begin pagina De zwaan en de pastoor
Naar de inhoud

De zwaan en de pastoor

Het was Goede Vrijdag 2002, Co en ik waren zo’n zeven maanden samen. Ik besloot een stukje met hem te gaan wandelen, om te werken aan ons samenspel. We moesten nog veel van elkaar leren. We hadden alle tijd, dus ik koos een route die we nog niet zo vaak gelopen hadden, een leuk paadje met aan beide kanten water. Hoewel ik de route nog niet zo goed kende, ging het prima.

Op een gegeven moment hoorde ik een heel vreemd sissend geluid. Ik kon het niet thuisbrengen en dacht in eerste instantie dat het een fiets was. Maar ik vond het wel erg vreemd voor een fiets. Het geluid zwol aan en leek steeds dichterbij te komen, ik begreep er niets van. Plotseling herinnerde ik me, dat de trainer me tijdens het lopen van de route attendeerde op een broedend zwanenkoppeltje dat ergens in het water zat. Ik realiseerde me dat de kans groot was dat dit vreemde geluid werd veroorzaakt door één van die zwanen. Kennelijk was hij of zij helemaal niet van onze aanwezigheid gediend. De zwaan kwam aan het geluid te horen steeds dichterbij. In paniek gaf ik Co de opdracht om vooraan te gaan en snel te maken dat we wegkwamen. Dat deed hij gelukkig. Hij leidde me via een bruggetje dat ik nog niet eerder gezien had netjes langs de zwaan, die nog een aanval op ons inzette. Achteraf hoorde ik van iemand die alles van uit de verte had gadegeslagen, dat het inderdaad om een boze zwaan ging en dat Co me er tot twee keer toe keurig langs had geleid. Enigszins geschrokken, maar ongedeerd vervolgden wij onze weg. Sinds deze ontmoeting zijn we slechts één andere keer door zwanen aangevallen. Nu kunnen we rustig langs hen heenlopen, zonder dat zij een poot of vleugel naar ons uitsteken. Kennelijk hebben ze ingezien dat wij geen kwaad in de zin hebben.

De volgende avond gingen we met de hele familie naar de Paaswake in de kerk. We zaten op één van de voorste rijen en Co lag voor mijn voeten, zoals hij dat altijd doet. De kerkzaal zat helemaal vol. Vol verwachting wachten wij op wat er komen ging. De kerkzaal was donker en de pastoor kwam onder gezang in zijn witte wapperende toga binnen, met in zijn armen de brandende paaskaars. Hij liep recht af op de plek waar Co en ik ons bevonden. Het was een mooi schouwspel wat plotseling opgeschrikt werd door Co’s daverend geblaf. De pastoor in zijn toga boezemde hem kennelijk enorm veel angst en woede in. Co waarschuwde mij dat het levensgevaarlijk was en dat die wapperende toga moest maken dat hij wegkwam! Geschrokken trachtten wij Co het zwijgen op te leggen, dit echter zonder resultaat. Co bleef blaffen. Zijn donkere geblaf galmde door de stille kerkzaal. Ik wist niet dat hij zo’n imponerende stem had.

Met het schaamrood op de kaken greep ik Co bij zijn halsband en samen met mijn broer zocht ik een plaatsje op de achterste rij in de hal. Steeds wanneer de pastoor in Co’s gezichtsveld dreigde te komen, hielden we een liturgie voor zijn ogen en gelukkig hield hij zich de rest van de kerkdienst keurig stil, zoals hij dat tegenwoordig altijd doet. Achteraf vermoeden wij dat Co de pastoor in diens witte toga associeerde met de witte zwaan, die de voorgaande dag met wild klapperende vleugels op ons af kwam. We weten uiteraard niet zeker of dit de reden van Co’s woede geweest is. In ieder geval wist iedereen die Co nog niet kende, nu wel wie hij was. Deze actie maakte hem legendarisch.

Mail voor vragen of opmerkingen naar: emailcontact

Volg me op Facebook:

Facebook

Volg me op Twitter:

Naar boven