Begin pagina Dankzij Louis Braille
Naar de inhoud

Dankzij Louis Braille

Voor iemand die goed kan zien, is het over het algemeen heel gewoon om te kunnen lezen en schrijven. Ook ik vind het heel vanzelfsprekend dat ik dat kan. Toch is dat het niet. Feitelijk heb ik, en vele visueel gehandicapten met mij, het brailleschrift te danken aan een noodlottig ongeluk.

Louis Braille, de uitvinder van het brailleschrift, werd in 1809 geboren in Coupvray, een klein Frans dorpje. Tijdens het spelen in de zadelmakerij van zijn vader, stak Louis met een priem in zijn oog. Daardoor verloor hij al op jonge leeftijd het zicht uit beide ogen. Feitelijk was er geen menswaardige toekomst meer voor hem. Omdat zijn ouders en de priester van Coupvray hem toch een kans wilden geven, mocht Louis naar de dorpsschool. Toen hij 10 jaar oud was, werd hij naar het blindeninstituut van Parijs gestuurd. De leerlingen hielden zich daar vooral bezig met het uitvoeren van werktaken, en het volgen van muziekles.

In die tijd moesten blinden leren lezen, door reliëf letters te betasten. Dat waren dus de gewone letters, die op dik papier voelbaar waren gemaakt. Voor de meeste leerlingen was het lezen van die letters geen doen. Bovendien waren er voor de ongeveer honderd leerlingen maar veertien boeken beschikbaar. Zo kostbaar waren ze. Omdat dit systeem te ingewikkeld was en het voor blinden niet mogelijk was zelf de letters te schrijven, ging Louis op zoek naar een simpeler systeem. Hij maakte kennis met het nachtschrift dat de Franse legerkapitein Charles Barbier de la Serre in die zelfde tijd ontwikkeld had. Dit was een schrift bestaande uit streepjes en puntjes, dat de kapitein gebruikte om zijn manschappen ‘s nachts geheime codes door te geven.

Louis kreeg dit schrift al snel onder de knie. Hij ontdekte dat de tekens van het nachtschrift uit zoveel punten bestonden, dat ze niet in één keer afgetast konden worden. Daardoor was het lezen ervan nog altijd lastig en tijdrovend. Hij bewerkte en vereenvoudigde het dus tot een zespuntensysteem.

Een volledige braillecel is een uit zes puntjes bestaand rechthoekje, opgebouwd uit onder elkaar drie rijen van twee naast elkaar liggende puntjes. De eerste tien letters van het alfabet worden gevormd door combinaties van de bovenste vier puntjes. Voor de rest van de letters komen daar de puntjes vijf en zes bij. Louis ontwikkelde in totaal 63 verschillende puntcombinaties. Dit systeem stelde blinden niet alleen in staat te lezen, maar ook om te schrijven, met behulp van een prikpen.

Toen Louis 16 jaar oud was, presenteerde hij het braillealfabet op het instituut. Zijn leraren waren niet blij met zijn uitvinding, omdat ze het brailleschrift niet met hun ogen konden lezen. Bovendien vreesden ze dat het geluid van de prikpennen waarmee de leerlingen de puntjes in het papier moesten drukken, de orde in de klas zou verstoren. Ondanks dat, gaf Louis niet op. Hij werd leraar in diverse vakken en ontwikkelde in 1928 het braille muziekschrift. Louis Braille stierf in 1852, op 43-jarige leeftijd. Twee jaar na zijn dood werd het brailleschrift door het instituut erkent als volwaardige lees- en schrijftaal voor blinden. Honderd jaar na zijn dood, werd het stoffelijk overschot van Louis Braille vanuit zijn geboortedorp overgebracht naar het Panthéon in Parijs, waar het een plaats kreeg tussen andere grote Fransen.

Hoewel Louis niet lang geleefd heeft, is het brailleschrift nog altijd springlevend. In al die jaren is er maar heel weinig aan veranderd. De tekens op zich zijn nog altijd dezelfde. De komst van de computer leidde wel tot een achtpuntsvariant, maar ook die heeft vrijwel geen gevolgen voor de vormgeving en opbouw. De komst van het gesproken boek en de spraakcomputers, lijkt Braille soms bijna fataal te worden. Steeds minder mensen die op latere leeftijd blind worden, nemen daardoor de moeite zich het brailleschrift meester te maken. Zelfs veel echte braillelezers grijpen regelmatig naar het gesproken boek. Dat is op zich niet zo vreemd. Een doorsnee leesboek bestaat al snel uit minstens zes grote, ietwat lompe brailleboeken. De gesproken versie past op één cd-schijfje. Maar ondanks dit alles is het brailleschrift onmisbaar. Zo verliest iemand die niet letterlijk leest, zijn woordbeeld.

Wat zou er gebeurd zijn als Louis Braille dat noodlottige ongeluk niet had gekregen? Was er dan iemand anders op het idee gekomen een puntenschrift voor blinden te ontwikkelen? Hoe had het er dan uit gezien, en zou het net zo bruikbaar zijn als braille? Wat waren mijn mogelijkheden als Louis niet blind geworden was? Had ik dan kunnen doen wat ik nu doe? Had ik lector kunnen worden als Louis was blijven zien?

Mail voor vragen of opmerkingen naar: emailcontact

Volg me op Facebook:

Facebook

Volg me op Twitter:

Naar boven